Mopperdemopper
Jonas de Leeuw
Aan: Jonas de Leeuw
Van: Rosa van Dijk
Datum: dinsdag 14 april 23.02
Onderwerp: Danger, danger!
Lieve Joons,
Ik zit op mijn kamer voor het open raam. Het is warm
buiten. Het lijkt wel zomer, maar het is pas lente. De
lichten van de huizen aan de overkant weerspiegelen in
het zwarte water van de gracht en in de boom voor ons
huis zingt een merel zichzelf in slaap. In de verte slaan de
klokken van de Westertoren elf uur. Er waait muziek naar
binnen, uit een open raam een paar huizen verderop.
Appie slaapt als een rooz en mijn moeder zit op haar
kamer achter haar computer. Heel vredig allemaal. Maar
vanbinnen voel ik me helemaal niet zo! Vanbinnen voel
ik me grommerig, mopperig en schopperig. En kwaad
en ontevreden. Ik heb zin om heel hard uit mijn raam te
schreeuwen en iets naar buiten te smijten. Wat dacht je
van een bloempot op een argeloze voorbijganger? Of zal
ik mijn schoolboeken één voor één met een grote zwaai de
gracht in keilen? Zou dat opluchten? Hmpf. Grrrr.
Niemand houdt zich aan zijn afspraak en daar word ik
levensgevaarlijk van.
Zie hier mijn woede-waslijst:
1. Ik zou met mijn vader in de meivakantie naar New York
gaan.
Gaat niet door (boos & teleurgesteld).
2. Neuz zou dit weekeinde naar hier komen.
Gaat niet door (knallende ruzie).
3. Mama zou vanavond lasagne maken, mijn lievelingseten.
Ging niet door (pruil, pruil).
4. Sta ik met mijn hoofd vol shampoo onder de douche,
wordt het water koud! (Aaaargh!)
5. Toen ik uitgegild was wilde ik een stuk chocola nemen,
ter verbetering van mijn humeur, en wat denk je? Juist!
Chocola verdwenen en er was nergens in het hele huis
iets anders eetbaars te vinden (!@¿!!).
Grrr, grrrr, GRRRRRRAAAARH!
En dat is nog niet eens alles. Ik kan er zo nog vijf dingen
bij verzinnen. Wat vijf? Vijfduizend!
Bijvoorbeeld het naar school gaan in de Bijlmer. Ja, ik
weet het, ik heb er zelf voor gekozen toen we hier naartoe
verhuisden, maar het valt wel tegen, hoor.
Ik moet er elke dag een uur eerder voor opstaan en ik ben
bijna een uur later thuis. Twee uur van mijn kostbare tijd!
Ik moet tien minuten fietsen naar het station, mijn fiets in
de overvolle metro proppen (om dat voor elkaar te krijgen
moet ik meestal een aantal medepassagiers eruit gooien),
vervolgens moet ik enorm mijn best doen om een half
uur wakker te blijven. (Ik ben een keer in slaap gesukkeld,
werd ik pas wakker op het eindpunt!) Dan moet ik mijn
fiets er weer uit wurmen, wat ook niet eenvoudig is (ik heb
al een paar keer klem gezeten tussen de deuren) en dan is
het nog tien minuten trappen naar school. Kreun.
Maar het is nog maar voor een jaar en gelukkig is het wel
heel gezellig met mijn vriendinnen. De meeste leraren zijn
ook wel oké (voor zover een leraar oké kan zijn), en dit is
beter dan weer een nieuwe school. Dat zou dan al mijn
vierde zijn!
We maken ons wel zorgen om Noa, ze spijbelt best veel
tegenwoordig. Dat doet ze omdat het de enige manier
is om Samuel, haar vriendje, te kunnen zien. Vandaag of
morgen wordt ze gesnapt en dan is ze de sigaar. Maar ja,
zij ziet haar vriendje tenminste nog regelmatig. Dat kan ik
niet zeggen.
Het is mijn lot, denk ik, om altijd maar internetverkering
te hebben en die stomme computer af te lebberen. Eerst
met jou, en nu met Neuzie.
Hoe is het eigenlijk met Andreas? Mail je vaak met hem?
Ben je al failliet aan je telefoonrekening? Nog veel liefdesgedichten
geschreven?
Hé, waarom kom je niet bij ons logeren in de meivakantie?
Lijkt me leuk! Niet zo leuk als naar Amerika
gaan natuurlijk, maar ja. Kan je ook mijn kamer zien, die is
heel gezellig geworden. Ik heb mijn moeders oude tweepersoonsbed
gekregen (zij heeft een supersonisch nieuw
model gekocht). Als Joya en/of Carmen hier slapen,
liggen we daar samen in. Carmen snurkt als een bejaard
nijlpaard en Joya praat en kickbokst in haar slaap, maar
verder is dat heel gezellig.
Heb jij nog wat opvrolijk-survivaltips voor me? Liefst
low-calorie, want als ik me rot voel grijp ik altijd naar de
chocola, of ik prop een zak drop, koekjes of chips naar
binnen. Vervolgens krijg ik daar weer spijt van en dan
word ik nog chagrijniger.
Mekker, mekker, zeur, zeur, klaag, kreun: ik wil Neuzie, ik
wil lekkere lasagne, ik wil met mijn pappie naar New York,
ik wil dat het al vakantie is, ik...
Oeps, dat was mijn moeder. Ze stormde als een
woedende stier mijn kamer binnen.
‘Rosa lig je nu nog niet in bed? Het is al hartstikke laat!
Wat is er met de keuken gebeurd? Het lijkt wel of er een
bom ontploft is! Je muziek staat te hard, dadelijk wordt
Abel wakker, er ligt een bewusteloze man op de stoep,
en zijn die boeken die in de gracht drijven soms van
jou? En zit je nu nóg achter de computer? Waar ben je in
hemelsnaam mee bezig?’
‘Met mijn huiswerk, mam,’ antwoordde ik met een schijnheilig
gezicht.
Ik moet je nu dus helaas verlaten.
Veel liefs van je Rozemekkertje.